infrabeheer.org - non-profit perspectief

Verkeersbelastingen

Werkpakket Verkeersbelastingen

Onderdeel van de CUR-Aanbeveling zijn de te hanteren verkeersbelastingsmodellen voor de toetsing van de kunstwerken. Uit praktijkervaringen is gebleken de bruggen bij decentrale overheden gezien de fysieke kenmerken (overspanningen veelal kleiner dan 20 meter) en hun ligging buiten het hoofdwegennetwerk met de huidige definitie van de belastingsmodellen aan te zware belastingen moeten worden getoetst.
Dit werkpakket moet in lijn met bovenstaande specifiek invulling geven op welke wijze de ligging en overspanning van bestaande kunstwerken invloed heeft op de te hanteren toetsbelastingen, volgens de NEN8701. De focus ligt op het aanvullen van de normtabellen met overspanningsafhankelijkheden tot 20 meter, de invloed van de ligging van kunstwerken (buiten het centraal wegennet) op het belastingspectrum en op de te hanteren toetswaarden voor aardbevingen.

Resultaatbeschrijving:

  • Aanvulling op normtabellen en normteksten voor de te hanteren verkeersbelasting conform NEN-EN 1991-2;
  • Aanvulling op normtabellen en normteksten conform hoofdstuk 5 van de NEN 8701 voor de te hanteren belastingen bij brugoverspanningen kleiner dan 20 meter;
  • Aanvulling op normtabellen en normteksten conform hoofdstuk 5 van de NEN 8701 voor referentieperiodes korter dan 100 jaar en lengtes korter dan 20 meter

02/2016 update

Onderzoek Verkeersbelastingmodel Stadsbruggen

De verkeersbelastingmodellen in NEN-EN 1991-2 en de aanvullende eisen in NEN 8701 voor bestaande constructies zijn geënt op het verkeer zoals dat op het Europese wegennet voorkomt. Uit eerdere studies is gebleken dat voor de Nederlandse situatie de modellen representatief zijn voor de wegen in het Nederlandse hoofdwegennet. Dit blijkt onder andere uit de analyse van Weight in Motion metingen op de A16 nabij de Moerdijkbrug. Uit dit onderzoek blijkt dat de ontwerpwaarde van het voertuiggewicht voor een belangrijk deel wordt bepaald door vrachtverkeer met een jaarontheffing van de RDW, hierna genoemd permanente ontheffing. Voor vrachtverkeer zonder ontheffing geldt een maximaal voertuiggewicht van 50 ton.

Permanente ontheffing: zijnde voertuigen met een voertuiggewicht tussen 50 en 100 ton. Voor vrachtverkeer zonder ontheffing geldt een maximaal voertuiggewicht van 50 ton m.u.v. zelfrijdende werktuigen en LZV’s met een maximaal voertuiggewicht van 60 ton.

Indien voor de beoordeling van bestaande bruggen in stedelijke gebieden (wegen in het beheer van decentrale overheden) gebruik wordt gemaakt van deze (NEN-EN 1991-2 en de aanvullende eisen in NEN 8701) voorgeschreven verkeersbelastingmodellen dan blijkt dat deze kunstwerken veelal niet voldoen aan de gestelde eisen met betrekking tot de constructieve veiligheid. Daar staat tegenover dat veel van de wegen die in het beheer zijn bij decentrale overheden niet (mogen) worden bereden door verkeer met een LZV- of jaarontheffing. Het vermoeden bestaat daardoor deze constructies wel voldoen aan de eisen met betrekking tot de constructieve veiligheid indien rekening wordt gehouden met een verkeersbelasting die meer recht doet aan het werkelijke verkeer op deze wegen.

gr_stadvsrijksweg

In een onderzoek dat door TNO in opdracht van de gemeente Rotterdam wordt uitgevoerd, wordt nagegaan wat het effect is van het niet meenemen van de voertuigen met een permanente ontheffing in de bepaling van de ontwerpverkeersbelasting voor stadsbruggen (bruggen die in het beheer zijn van decentrale overheden waar verkeer met een permanente ontheffing niet kan of mag komen).

Aanpak

Voor de bepaling van ontwerpwaarde van de belasting worden Monte Carlo analyses voorzien waarmee het belastingeffect door het verkeer op bruggen met een korte overspanning wordt bepaald. De ontwerpbelasting volgt uit dit belastingeffect in combinatie met de het voertuiggewicht en de aslast.

Voor de uitvoering van de Monte Carlo analyses wordt in het onderzoek gebruik gemaakt van de gemeten voertuigkarakteristieken op Rijksweg A16 nabij de Moerdijkbrug waarbij er rekening mee wordt gehouden dat de voertuigen met een permanente ontheffing buiten beschouwing worden gelaten in de bepaling van de ontwerpbelasting.

De nadruk in het onderzoek ligt op bruggen met een (korte) overspanning van 10 en 20 meter bestaande uit één rijstrook of twee rijstroken met twee rijrichtingen. Het aantal voertuigen dat wordt beschouwd, is 5.000 en 50.000 per jaar. De ontwerpbelastingen worden bepaald voor verschillende veiligheidsniveaus overeenkomstig NEN 8700.

Print Friendly, PDF & Email