infrabeheer.org - non-profit perspectief

SBRCURnet C2261

Er is behoefte aan geschikte en geaccepteerde richtlijnen voor de beoordeling van bestaande kunstwerken voor decentrale overheden. De te ontwikkelen richtlijn moet ervoor zorgen dat de constructieve veiligheid van kunstwerken die in het beheer zijn van de verschillende decentrale overheden zo optimaal mogelijk wordt aangetoond en dat de constructies voldoen aan eisen die in het Bouwbesluit daaraan worden gesteld.
Als beheerder kunnen wij niet op eenvoudige wijze aantonen dat kunstwerken voldoen aan het vereiste veiligheidsniveau. Als beheerder kunnen wij met de huidige regelgeving niet op eenvoudige wijze aantonen dat kunstwerken voldoen aan de eisen die worden gesteld aan de constructieve veiligheid. Dit betekent echter niet dat deze constructies per definitie onveilig zijn.
Doelstelling is een aanbeveling met best-practices; met de state-of-the-art van beoordelen van bestaande kunstwerken van beton, staal en steen. Ten einde de kwaliteit te borgen en voldoende draagvlak te genereren, wordt er een SBRCURnet werkgroep samengesteld met daarin de auteurs en afvaardiging van Ingenieursbureau's en wellicht TNO en de technische universiteiten. Voor de borging is afgestemd met het COBc.

Toetsingskader
Onderdeel van de CUR-Aanbeveling is het geldende toetsingskader voor de beoordeling van de constructieve veiligheid. Uit praktijkervaringen blijkt dat het normatief in de NEN 8700-serie beschreven toetsingskader niet altijd eenduidig wordt geïnterpreteerd. Daarnaast wordt de bovenliggende wet- en regelgeving onvoldoende goed gebruikt bij de interpretatie.

Naar Werkpakket →
Verkeersbelastingen
Onderdeel van de CUR-Aanbeveling zijn de te hanteren verkeersbelastingsmodellen voor de toetsing van de kunstwerken. Uit praktijkervaringen is gebleken de bruggen bij decentrale overheden gezien de fysieke kenmerken (overspanningen veelal kleiner dan 20 meter) en hun ligging buiten het hoofdwegennetwerk met de huidige definitie van de belastingsmodellen aan te zware belastingen moeten worden getoetst.

Naar Werkpakket →
Materiaaleigenschappen
Onderdeel van de CUR-Aanbeveling zijn de materiaaleigenschappen. Om een goede toets te kunnen doen op de constructieve veiligheid van een object (kunstwerk) is het noodzakelijk om de materiaaleigenschappen te kennen. Meestal zijn deze herleidbaar uit de berekening / bestek of (revisie)tekening maar soms is er niets bekend. In dat geval moet er materiaalonderzoek uitgevoerd worden en moeten de uitkomsten toegepast kunnen worden in berekeningen ter toetsing aan de vigerende normen.

Naar Werkpakket →
Rekenmethodieken
Onderdeel van deze CUR-Aanbeveling is de wijze van berekenen oftewel rekenmethodieken van (alle bij de decentrale overheden voorkomende) brugconstructies. Hiertoe is het van belang de juiste wijze van krachtsverdeling zoals deze in een constructie aanwezig is te benaderen in de rekenmodellen. Veelal gebeurd dit met EEM rekenpakketten. EEM is een goed instrument om de constructieve veiligheid van brugconstructies gedurende beheer en onderhoud te beoordelen. Uit praktijkervaringen blijkt dat de wijze waarop de modellering plaatsvindt voor gelijke situaties divers is en regelmatig leidt tot onterecht afkeuren van constructies. Modelvorming van bestaande constructies vergt veelal een grotere diepgang qua modelvorming dan bij nieuwbouw constructies.

Naar Werkpakket →
Risicogebaseerde Quickscan
Onderdeel van deze CUR-Aanbeveling is het bepalen van het risicoprofiel van een kunstwerk ten behoeve van risico gestuurde beoordeling.

Naar Werkpakket →