infrabeheer.org - non-profit perspectief

Kleine stadsbrug moet voldoen aan ‘Moerdijkbrugnorm’

Kleine stadsbrug moet voldoen aan ‘Moerdijkbrugnorm’

Kleine stadsbrug moet voldoen aan ‘Moerdijkbrugnorm’. Kapitaalvernietiging, vinden Rotterdamse deskundigen.

Kleine stadsbruggen moeten voldoen aan  dezelfde normen als de zwaarst belaste brug in Nederland, de Moerdijkbrug.  Kapitaalvernietiging, vinden Rotterdamse deskundigen.

Dankzij een rigide vertaling van Europese regelgeving in Nederland moeten 10.000 lokale bruggen bestand zijn tegen de hoogste verkeersbelasting op rijkswegen, terwijl ze binnen de stad juist een vele malen lagere belasting kennen. Bij de vertaling van de Europese regels heeft de zwaarst belaste brug in Nederland model gestaan voor hoe stevig een veilige brug moet zijn: de Moerdijkbrug. Kapitaalvernietiging, vinden Rotterdamse deskundigen.

Maatwerk

Wethouder Joost Eerdmans (Buitenruimte) is duidelijk: “Hier dreigt een gigantische geldverspilling. Landelijk beslaat het een kapitaalvernietiging van zo’n vijf miljard euro. Alleen al voor Rotterdam gaat het voor de komende jaren om honderden miljoenen euro’s weggegooid geld. Voor mij reden om bij minister Plasterk aan te dringen op een nieuwe Nederlandse norm voor stadsbruggen, waarbij uiteraard de veiligheid van de weggebruikers niet in het geding komt.” In Rotterdam zijn 253 stadsbruggen van klasse-30 en klasse-45. Al deze bruggen over een kam scheren is niet logisch. State of the art rekentechnieken van wetenschappelijke instellingen laten bovendien zien dat de huidige materialen veel sterker zijn dan waarmee nu wordt gerekend. Rotterdam pleit daarom voor maatwerk en wil samen met TNO, Rijkswaterstaat, provincies en andere grote gemeenten betere richtlijnen. Stef Blok, voormalig minister van Wonen en Rijksdienst, heeft een verkennend onderzoek laten uitvoeren naar de toepassing van de bouwregelgeving bij de beoordeling van stadsbruggen door gemeenten. Daarin worden de problemen waarvoor Rotterdam op meerdere platforms aandacht heeft gevraagd bevestigd.

Onderzoek naar landelijk norm

Om tot eenduidige normen voor de stadsbruggen te komen, is onderzoek nodig. Niet voor elke brug, maar voor een representatieve doorsnede van de wegen zal een grote hoeveelheid metingen moeten worden verricht. Door de hoge kosten en de benodigde kennis en apparatuur kan zo’n programma nooit door gemeenten alleen worden opgezet. Wethouder Joost Eerdmans: “Rotterdam pleit voor een landelijk onderzoeksprogramma om te komen tot een passende landelijke norm voor stadsbruggen. Hiervoor is financiële ondersteuning van het Rijk op zijn plaats. In het belang van de Rotterdammer willen we een structurele en veilige oplossing. Onze beheerders moeten hun bruggen kunnen beoordelen op basis van objectieve, eenduidige normen.”

Vijf vragen over de nieuwe bruggennorm

Kambiz Elmi Anaraki, assetmanager civiele kunstwerken bij de gemeente Rotterdam en actief pleitbezorger voor betere normen, beantwoordt vijf vragen over de nieuwe bruggennorm. Hij geeft onder andere antwoord op de vraag of we ons zorgen moeten maken over de veiligheid van Rotterdamse bruggen en of de norm nu de prullenbak in kan.

1. Moeten we ons zorgen maken over de veiligheid van onze bruggen?
‘Nee, daar is geen enkele reden voor. Bij het ontwerp van elke brug wordt van tevoren bepaald hoe sterk een brug moet zijn om deze veilig te kunnen gebruiken. Als dat gebruik verandert, bijvoorbeeld als er meer verkeer overheen blijkt te gaan dan we bij de bouw hebben ingeschat, passen we de brug daarop aan. Elke Rotterdamse brug inspecteren we bovendien jaarlijks. Zo houden we goed in de gaten in welke staat de brug verkeert en welk onderhoud er wanneer nodig is. Daarnaast controleren we elke brug elke tien jaar tot op de laatste schroef; dan inspecteren we alle materialen, besturingssystemen en andere onderdelen. Ook de niet-zichtbare.’

2. Over welke bruggen gaat dit nu precies?
‘In Rotterdam gaat het in totaal om 253 bruggen: alle bruggen waar auto’s en vrachtverkeer overheen gaan en die in klasse-30 en klasse-45 vallen. Die klassen geven de hoeveelheid belasting aan –dus hoeveel, hoe vaak en hoe zwaar het verkeer is dat de brug gebruikt— en hoeveel de brug dus moet kunnen dragen om veilig te zijn en te blijven. De Erasmusbrug en Brienenoordbrug zijn bijvoorbeeld van klasse-60, de Meentbrug een klasse-45 en de Regentessebrug een klasse-30. De zwaarst belaste brug van Nederland, de Moerdijkbrug, valt ook in klasse-60.’

3. Waarom vindt Rotterdam die bruggennorm onrealistisch? Het gaat hier wel om onze veiligheid…
‘Neem de Van Brienenoordbrug: daar rijden dagelijks veel meer auto’s en zware vrachtwagens overheen dan bijvoorbeeld over een wijkbrug in Nesselande. Hoe meer en zwaarder het verkeer is wat over een brug rijdt, hoe zwaarder het materiaal moet zijn waarmee de brug wordt gebouwd, hoe hoger de slijtage is en hoe vaker er onderhoud nodig is. Je kunt de veiligheidseisen van de Van Brienenoordbrug dan ook niet met die van een wijkbrug in Nesselande vergelijken. En dat is precies wat de huidige norm wél doet. De huidige norm is opgesteld op basis van de Moerdijkbrug; de zwaarst en meest bereden brug in Nederland en legt de veiligheidslat vervolgens voor alle bruggen op die hele grote hoogte. Dat is volgens ons niet realistisch en maakt dat we nu miljoenen euro’s apart moeten zetten om alle bruggen aan die veel te zware norm aan te passen.’

4. Dus zo’n norm kan wat Rotterdam betreft de prullenbak in?
‘Nee, het stellen van een norm voor de veiligheid van verkeersbruggen vindt Rotterdam wel een goed idee. Het maakt de veiligheid ervan controleerbaar: iedereen weet dan precies aan welke veiligheidseisen elke brug moet voldoen. Maar Rotterdam pleit daarbinnen nadrukkelijk voor maatwerk; voor het opstellen van normen die passen bij de verschillende soorten bruggen. Dus een aparte norm voor grote bruggen als de Van Brienenoordbrug, voor veel bereden stadsbruggen zoals de Erasmusbrug en voor af en toe bereden wijkbruggen zoals die in Nesselande. Verschillende categorieën dus. Als we daar nationaal geldende normen voor opstellen, kunnen we de veiligheid van al onze bruggen op maat blijven controleren en garanderen.’ Dat is niet alleen voor Rotterdam handig, maar dat is voor elke gemeente in Nederland.

5. Hoe gaat Rotterdam dat aanpakken?
‘Rotterdam is niet de enige stad waar een miljoenenverspilling dreigt. Landelijk raakt dit in totaal zo’n 10.000 bruggen en daarmee alle Nederlandse gemeenten. Daarom pleit wethouder Joost Eerdmans bij het Rijk voor een speciale Nederlandse norm voor stedelijke verkeersbruggen. En wil hij samen met andere gemeenten en het Rijk onderzoeken welke richtlijnen het beste te gebruiken zijn en op welke manier, zodat iedereen kan blijven rekenen op veilige bruggen in Rotterdam en in heel Nederland.’


Kambiz Elmi Anaraki werkt bij de gemeente Rotterdam als assetmanager civiele kunstwerken.
Bron: Rotterdam: “miljardenverspilling voorkomen met nieuwe norm stadsbruggen”
Print Friendly, PDF & Email