infrabeheer.org - non-profit perspectief

Ministerieel onderzoek naar de toepassing van NEN8700 binnen de gemeenten

Ministerieel onderzoek naar de toepassing van NEN8700 binnen de gemeenten

Stef Blok, minister van Wonen en Rijksdienst laat een verkennend onderzoek uitvoeren naar de toepassing van de regelgeving bij de beoordeling van bestaande bruggen door gemeenten. Dit staat te lezen in de beantwoording van de Kamervragen door Minister van Infrastructuur en Milieu, Melanie Schultz van Haegen.

De NEN 8700-serie regelt het veiligheidsniveau voor bestaande bruggen. Door een onvolledige toepassingsbeschrijving en niet eenduidige interpretatieregels stelt deze norm de constructeurs nog steeds voor vraagtekens. De belangrijkste discussie bij NEN 8700 spitst zich toe op het rechtmatig toepassen van het afkeurniveau bij de beoordeling als publiekrechtelijke ondergrens voor de constructieve veiligheid [1].

Daarnaast zijn de verkeerbelastingmodellen in NEN-EN 1991-2 en de aanvullende eisen in NEN 8701 voor bestaande constructies geënt op het verkeer zoals dat op het Europese wegennet voorkomt. Deze modellen lijken niet representatief voor de bruggen in het onderliggend wegennet oftewel stadsbruggen (dit blijkt uit eerder uitgevoerde onderzoeken van TNO in opdracht van gemeente Rotterdam). Indien voor de beoordeling van bestaande bruggen in stedelijke gebieden gebruik wordt gemaakt van deze verkeersbelastingmodellen dan blijkt dat deze kunstwerken veelal niet voldoen aan de gestelde eisen met betrekking tot de constructieve veiligheid. Onterecht afkeuren van de stadsbruggen met als gevolg miljardenverspilling dreigt.

Naar aanleiding van de Rotterdamse publicatie hierover septermber j.l. , heeft het Kamerlid Duco Hoogland (PvdA) schriftelijke vragen gesteld. De eerste keer schriftelijke kamervragen in september 2015 en de vervolgkamervragen van december j.l., resulterend in de aankondiging van de minister om een verkennend onderzoek uit te laten voeren naar de toepassing van de regelgeving bij de beoordeling van de bestaande bruggen door gemeenten.

Onderstaand de volledige tekst van de beantwoording d.d. 13 april 2016.

Geachte voorzitter,
Hierbij beantwoord ik mede namens de minister van Wonen en Rijksdienst vragen van het lid Hoogland (PvdA) over veiligheidsnormen voor gemeentelijke bruggen en viaducten (ingezonden op 8 december 2015).

Vraag 1
Herinnert u zich uw antwoord op eerdere vragen over het bericht “Miljardenverspilling om bruggen te ‘verbeteren’”?

Antwoord 1
Ja.

Vraag 2
In hoeverre maken gemeenten gebruik van “de mogelijkheid om rekening te houden met een andere samenstelling van het verkeer en dus met een andere verkeersbelasting”? Indien u hier geen inzicht in heeft, bent u bereid dit voor een aantal representatieve gemeenten na te gaan?

Antwoord 2
Ik heb hier geen inzicht in. In mijn brief van 27 oktober 2015 heb ik in antwoord op genoemde eerdere vragen aangegeven dat ik niet verantwoordelijk ben voor de veiligheidsbeoordeling en vervanging van gemeentelijke bruggen en kunstwerken, maar de gemeenten zelf. U vraagt mij nu de werkwijze van de gemeenten en daarmee de eventuele problematiek nader in beeld te brengen. Ik heb dit besproken met de minister voor Wonen en Rijksdienst aangezien de van toepassing zijnde regelgeving voor de constructieve veiligheid van bestaande bruggen is vastgelegd in het Bouwbesluit 2012, dat onder zijn verantwoordelijkheid valt. Uitkomst is dat de minister voor Wonen en Rijksdienst een verkennend onderzoek laat uitvoeren naar de toepassing van deze regelgeving bij de beoordeling van bestaande bruggen door gemeenten. Over de uitkomsten van dit onderzoek wordt u medio oktober geïnformeerd door de minister voor Wonen en Rijksdienst. Rijkswaterstaat wordt vanuit haar expertise met de toepassing van deze regelgeving voor bruggen betrokken bij dit onderzoek.

Vraag 3
In hoeverre maken gemeenten gebruik van de mogelijkheid “om via verkeersbeperkende maatregelen (bebording) de maximale belasting op kunstwerken te beperken”? Indien u hier geen inzicht in heeft, bent u bereid dit voor een aantal representatieve gemeenten na te gaan?

Antwoord 3
Zie antwoord 2.

Vraag 4
Is het voor gemeenten potentieel een probleem dat zij de gewichtsbeperkingen/bebordingen niet zelf handhaven, maar dat deze taak is belegd bij de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT)?

Antwoord 4
Gewichtsbeperkingen/bebordingen vinden hun grondslag in de Wegenverkeerswet. Voor het toezicht op de Wegenverkeerswet zijn verschillende toezichthouders aangewezen, waarbij de politie de handhaver in algemene zin is.

De ILT is dus slechts één van de toezichthouders, die toeziet op een specifiek deel van de Wegenverkeerswet. De ILT is voor wat betreft gewichtsbeperkingen/ bebordingen uitsluitend bevoegd tot handhaving bij beroepsvervoer of eigen vervoer dat verricht wordt met een vrachtauto ten aanzien waarvan in strijd wordt gehandeld met regelgeving inzake de Wegenverkeerswet 1994. Dat betreft onder andere eisen aan belading en de daarmee gepaarde gaande asbelasting van voertuigen.

Vraag 5
Welke kosten zijn gemoeid met het verkrijgen van betrouwbare en voldoende meetgegevens voor de duizenden gemeentelijke bruggen en viaducten? Welke partijen kunnen deze metingen verrichten?

Antwoord 5
Zie antwoord 2.

Vraag 6
Zijn de hoge kosten in de praktijk reden voor gemeenten om niet over te gaan tot metingen en daarmee niet over te gaan tot afwijking van de standaardnorm?

Antwoord 6
Ik heb daar geen beeld van. Dit aspect zal worden meegenomen in het in antwoord 2 genoemde verkennend onderzoek.

Vraag 7
Deelt u de mening dat de maatschappelijke baten van reële normen voor gemeentelijke kunstwerken ruimschoots opwegen tegen de kosten die met een meetprogramma hiervoor gepaard gaan?

Antwoord 7
Zie antwoord 2.

Vraag 8
Welke acties onderneemt het Rijk om gemeenten bij te staan bij het verkrijgen van betrouwbare meetgegevens? Heeft het lopende overleg al tot concrete resultaten geleid? Bent u bereid de Kamer over de voortgang hiervan te informeren?

Antwoord 8
Zoals ik heb aangegeven in antwoord 4 van mijn brief van 27 oktober 2015 participeert Rijkswaterstaat reeds in het overleg over de toepassing van de Eurocodes, de nationale bijlagen en de NEN 8700. Rijkswaterstaat brengt daar expertise in onder andere met betrekking tot het verkrijgen van meetgegevens. Momenteel wordt door TNO onderzoek uitgevoerd naar de belasting van gemeentelijke bruggen. De resultaten daarvan worden besproken in een NEN-werkgroep. Bij het in antwoord 2 genoemde verkennende onderzoek zal dit lopende onderzoek en de discussie in de NEN-werkgroep worden betrokken.

Vraag 9
Bent u bereid in samenwerking met de Nederlandse gemeenten een meetprogramma gemeentelijke kunstwerken op te zetten, om te komen tot reële normen voor gemeentelijke kunstwerken? Zo ja, wanneer denkt u deze samenwerking te kunnen opstarten? Zo nee, waarom niet en hoe draagt u bij aan het komen tot reële normen voor gemeentelijke kunstwerken?

Antwoord 9
Op basis van de uitkomsten van het verkennend onderzoek zullen eventuele vervolgacties worden geformuleerd.

Hoogachtend,
DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU,

mw. drs. M.H. Schultz van Haegen



K. Elmi Anaraki
Kambiz Elmi Anaraki is assetmanager civiele kunstwerken bij Stadsbeheer Gemeente Rotterdam.
Print Friendly, PDF & Email